|
Beperkt de te verwarmen volumes van de
woonruimten.
Verkleint de oppervlakte waarop isolatie moet worden
aangebracht. |
|
Op gemetselde en op houten vloer |
|
Ingerichte vlieringen
-
Om een luchtlaag te behouden tussen de
vloer en de isolatie, moet men latten op de vloer
plaatsen.
-
De isolatie afrollen en op die latten
spannen.
-
Overlappingen van 5 tot 10 cm maken.
-
De aansluitingen bedekken met
kleefband ISODHESIF® ALU.
-
Tegen de wanden een opstaande rand van
ongeveer 8 cm maken en deze met een roeflat
bevestigen.
-
De vloerbalkjes plaatsen en daarop de
vloer leggen
|
|
Onder betonnen vloer |
-
Onder en rondom de vloer roeflatten
aanbrengen
-
De isolatie op regelmatige afstanden
vastnieten.
-
Overlappingen van 5 tot 10 cm maken.
-
De aansluitingen bedekken met
kleefband ISODHESIF® ALU.
Afwerking met gipskartonplaten
- De ophangingen op de roeflatten aanbrengen.
Afwerking met lambrisering
- Loodrecht op de eerste roeflatten een tweede rij
roeflatten schroeven.
|
|
Verwarmde vloer |
- De isolatie op een zuiver en glad oppervlak
uitrollen en rondom opstanden van 10 cm maken.
- De banen rand tegen rand leggen.
- De voegen afdekken met kleefband ISODHESIF® ALU.
- Het verwarmingssysteem van de vloer plaatsen
volgens de richtlijnen van de fabrikant
|
|
Onder kleine daksparren |
- De isolatie rechtstreeks onder de kleine
daksparren vastnieten en een afhanging van 5 cm tegen
de muur maken.
- Overlappingen van 5 tot 10 cm maken.
- De aansluitingen bedekken met kleefband ISODHESIF®
ALU.
- De roeflatten dwars door de isolatie
vastschroeven.
Afwerking met gipskartonplaten
- De houders dwars door de isolatie vastschroeven.
Afwerking met lambrisering
- De roeflatten dwars door de isolatie
vastschroeven.
|